Johannes Passion
van J.S. Bach


BWV 245
Tekst en Nederlandse vertaling
nog 18 weken tot goede vrijdag
 
© Mark Nauta ( contact)
 
afdruk exemplaar: A4 of boekje
 
bezoekers (uniek): vandaag 1 (1); gisteren 3 (2); week 46 (37)  details

 
lees ook de Matthäus Passion
 
 

Johannes Passion

J.S. Bach
 
BWV 245
 
 
 
 
 
tekst en Nederlandse vertaling
 
johannespassion.nadro.nl
 
©2011 Mark Nauta
 
 
 
Eerste deel
 
Verrat und Gefangennahme
Johannes 18, 1-14
 
1. Koor
Herr, unser Herrscher, dessen Ruhm in allen Landen herrlich ist !Heer, onze heerser, wiens lof in alle landen heerlijk is.
Zeig' uns durch deine Passion, daß du, der wahre Gottessohn, zu aller Zeit, auch in der größten Niedrigkeit, verherrlicht worden bist !Toon ons door uw lijden, dat jij, Gods echte zoon, te allen tijde, ondanks de grootst mogelijke bescheidenheit, verheerlijkt bent.
 
2. Recitatief
Evangelist: Jesus ging mit seinen Jüngern über den Bach Kidron, da war ein Garten, darein ging Jesus und seinen Jünger.Jezus en zijn discipelen staken de beek Kedron over, waar een hof was, waar Jezus en zijn discipelen in gingen.
Judas aber, der ihn verriet, wußte den Ort auch, denn Jesus versammlete sich oft daselbst mit seine Jüngern.Judas, echter, die hem verried, kende die plek, want Jezus had daar vaker verzameld met zijn discipelen.
Da nun Judas zu sich hatte genommen die Schaar und der Hohenpriester und Pharisäer Diener, kommt er dahin mit Fackeln, Lampen und mit Waffen.Toen Judas de soldaten, en de dienaren van de hogepriesters en Farizeeën had verzameld, ging hij erheen met fakkels, lantaarns en wapens.
Als nun Jesus wußte Alles, was ihm begegnen sollte, ging er hinaus und sprach zu ihnen:Omdat Jezus al wist wat hem zou overkomen, ging hij naar buiten en vroeg aan hen:
Jesus: Wen suchet ihr ?Wie zoeken jullie ?
Evangelist: Sie antworteten ihm:Zij zeiden:
Koor: Jesum von Nazareth !Jezus van Nazareth !
Evangelist: Jesus spricht zu ihnen:Jezus zei tegen hen:
Jezus: ch bin's.Dat ben ik.
Evangelist: Judas aber, der ihn verriet, stund' auch bei ihnen.Judas, die hem verried, stond ook bij hen.
Als nun Jesus zu ihnen sprach: Ich bin's ! wichen sie zurücke und fielen zu Boden.Toen Jezus tegen hen zei "Dat ben ik" weken zij terug en vielen op de grond.
Da fragete er sie abermal:Toen vroeg hij nogmaals aan hen:
Jezus: Wen suchet ihr ?Wie zoeken jullie ?
Evangelist: Sie aber sprachen:Zij herhaalden:
Koor: Jesum von Nazareth !Jezus van Nazareth !
Evangelist: Jesus antwortete:Jezus reageerde:
Jezus: Ich hab's euch gesagt, daß ich's sei; suchet ihr denn mich, so lasset diese gehen !Ik heb jullie gezegd, dat ik dat ben; wanneer jullie mij zoeken, laat de anderen dan gaan.
 
3. Koor
O große Lieb', o Lieb' ohn' alle Maße, die dich gebracht auf diese Marter Straße !O grote liefde, eindeloze liefde, die jou deze marteling bracht !
Ich lebte mit der Welt in Lust und Freuden,Ik leefde in een wereld met lust en vreugde,
und du mußt leiden !en jij moet lijden !
 
4. Recitatief
Evangelist: Auf daß das Wort erfüllet würde, welches er sagte: Ich habe der Keine verloren, die du mir gegeben hast.Opdat het woord vervuld werd: niemand die u mij gegeven hebt, heb ik verloren.
Da hatte Simon Petrus ein Schwert, und zog es aus, und schlug nach des Hohenpriesters Knecht und hieb ihn sein recht Ohr ab; und der Knecht hieß Malchus.Petrus had een zwaard en trok deze tevoorschijn, en zwaaide deze naar een slaaf van de hogepriester, en hieuw zijn rechter oor af; en de knecht heette Malchus.
Da sprach Jesus zu Petro:Daarop zei Jezus tegen Petrus:
Jezus: Stecke dein Schwert in die Scheide !
Soll ich den Kelch nicht trinken, den mein Vater gegeben hat ?
Steek je zwaard terug in de schede !
Moet ik dan niet van de kelk drinken, die mijn vader mij gegeven heeft ?
 
5. Koor
Dein Will gescheh', Herr Gott, zugleich auf Erden wie im Himmelreich.Wat u wil zal gebeuren, God, zowel op aarde als in het hemelrijk
Gieb uns Geduld in Leidenszeit, gehorsam sein in Lieb' und Leid, wehr' und steur allem Fleisch und Blut, das wider deinen Willen thut !Geef ons geduld in tijden van lijden, gehoorzaamheid in lief en leed, verweer en strijd alle vlees en bloed, alles wat in strijd is met uw wil !
 
6. Recitatief
Evangelist: Die Schar aber und der Oberhauptmann und die Diener der Jüden nahmen Jesum und bunden ihn und führeten ihn aufs erste zu Hannas, der war Caiphas Schwäher, welcher des Jahres Hoherpriester war.De soldaten, de overste, en de dieners van de Joden, namen Jezus en boeiden hem, en brachten hem eerst naar Annas, Kajafas' schoonvader, die destijds hogepriester was.
Es war aber Kaiphas, der den Jüden riet, es wäre gut, daß ein Mensch würde umbracht für das Volk.En het was Kajafas, die de Joden had aangeraden: het zou goed zijn dat er één iemand sterft ten behoeve van het volk.
 
7. Aria (Alt)
Von den Stricken meiner Sünden mich zu entbinden, wird mein Heil gebunden.Om los te komen van mijn zonden, wordt mijn verlosser geboeid.
Mich von allen Lasterbeulen völlig zu heilen, läßt er sich verwunden.Om mij van alle zondenbulten volledig te laten genezen, laat hij zich verwonden.
 
Verleuchnung durch Petrus
Johannes 18, 15-27
 
8. Recitatief
Evangelist: Simon Petrus aber folgete Jesu nach und ein ander Jünger.Doch Petrus volgde Jezus, samen met een andere leerling.
 
9. Aria (Sopraan)
Ich folge dir gleichfalls mit freudigen SchrittenMet genoegen volg ik je in jouw voetspoor
und lasse dich nicht,en verlaat je niet
mein Leben, mein Licht.mijn leven, mijn licht.
Befördre den Lauf,Baan een weg
und höre nicht auf,en houd niet op
selbst an mir zu ziehen, zu schieben, zu bitten !mij te trekken, te duwen en te overreden.
 
10. Recitatief
Evangelist: Derselbige Jünger war dem Hohenpriester bekannt und ging mit Jesu hinein in des Hohenpriesters Palast. Petrus aber stund draußen für der Tür. Da ging der andere Jünger, der dem Hohenpriester bekannt war, hinaus und redete mit der Türhüterin und führete Petrum hinein.Deze andere leerling was bekend bij de hogepriester en ging samen met Jezus het paleis binnen. Petrus bleef echter buiten voor de poort. De andere leerling, die bekend was bij de hogepriester, ging weer naar buiten en sprak met de poortwachteres, en liet Petrus binnen.
Da sprach die Magd, die Türhüterin, zu Petro:Toen vroeg de maagd, de poortwachteres, aan Petrus:
Magd: Bist du nicht dieses Menschen Jünger einer ?Ben jij niet een van Jezus' leerlingen ?
Evangelist: Er sprach:Hij zei:
Petrus: Ich bin's nicht.Dat ben ik niet
Evangelist: Es stunden aber die Knechte und Diener und hatten ein Kohlfeu'r gemacht (denn es war kalt) und wärmeten sich. Aber der Hohepriester fragte Jesum um seine Jünger und um seine Lehre. Jesus antwortete ihm:De knechten en dienaren stonden rondom een vuurtje (want het was koud) en warmden zich. De hogepriester ondervroeg Jezus over zijn leerlingen, en zijn geloofsleer. Jezus antwoordde hem:
Jezus: Ich habe frei, öffentlich geredet für der Welt. Ich habe allezeit gelehret in der Schule und in dem Tempel, da alle Jüden zusammen kommen, und habe nichts im Verborgnen geredt. Was fragest du du mich darum ? Frage dich darum, die gehöret haben, was ich zu ihnen geredet habe ! Siehe, dieselbigen wissen, was ich gesaget habe !Ik heb de wereld publiekelijk en vrijuit toegesproken. Ik heb altijd in de synagoge en in de tempel geleerd, waar alle leerlingen samenkwamen, en niets in heimelijk gesproken. Waarom vraagt u mij dan daarover ? Vraag aan diegene die gehoord hebben, wat ik hen verteld heb. Die weten wat ik verteld heb !
Evangelist: Als er aber solches redete, gab der Diener einer, die dabeistunden, Jesu einen Backenstreich und sprach:Toen hij op deze wijze sprak, gaf een van de dienaren, die daarbij stonden, hem een slag in het gezicht, en zei:
Diener: Solltest du dem Hohenpriester also antworten ?Moet jij de hogepriester op deze wijze antwoorden ?
Evangelist: Jesus aber antwortete:Jezus antwoordde:
Jezus: Hab ich übel geredt, so beweise es, daß es böse sei, hab ich aber recht geredt, was schlägest du mich ?Indien ik niet de waarheid heb verteld, bewijs dat dan; maar als ik juist gesproken heb, waarom sla je mij dan ?
 
11. Koor
Wer hat dich so geschlagen, mein heil, und dich mit Plagen so übel zugericht ?Wie heeft jou zo geslagen, mijn verlosser, en jou met kwellingen slecht behandeld ?
Du bist ja nicht ein Sünder wie wir und unsre Kinder, von Missetaten weißt du nicht.Jij bent immers niet een zondaar, zoals wij en onze kinderen, van vergrijpen weet jij niets.
Ich, ich und meine Sünden, die sich wie Körnlein finden des Sandes an dem Meer,Ik, ik en mijn zonden, die net als zandkorrels overvloedig op het strand te vinden zijn,
die haben dir erreget das Eland, das dich schläget, und das betrübte Marterheer.brachten de ellende die jou treft, en het bedroefde leger martelaars.
 
12. Recitatief
Evangelist: Und Hannas sandte ihn gebunden zu dem Hohenpriester Kaiphas. Simon Petrus stund und wärmete sich, da sprachen sie zu ihm:Annas stuurde hem geboeid naar de hogepriester Kajafas. Petrus stond zich daar te verwarmen, toen zij tegen hem zeiden:
Dienaren: Bist du nicht seiner Jünger einer ?Ben jij niet een van zijn leerlingen ?
Evangelist: Er leugnete aber und sprach:Hij loog echter door te zeggen:
Petrus: Ich bin's nicht.Dat ben ik niet
Evangelist: Spricht des Hohenpriesters Knecht' einer, ein Gefreundter' des, dem Petrus das Ohr abgehauen hatte:Eén van de bevriende knechten van de hogepriester, van wie Petrus het oor af had gehouwen, sprak:
Malchus: Sahe ich dich nicht im Garten bei ihm ?Zag ik je niet in het hof bij hem ?
Evangelist: Da verleugnete Petrus abermal, und alsobald krähete der Hahn. Da gedachte Petrus an die Worte Jesu und ging hinaus und weinete bitterlich.Nochmaals verloochende Petrus, en terstond kraaide de haan. Toen herinnerde Petrus Jezus' woorden, vertrok en weende bitter.
 
13. Aria (Tenor)
Ach, mein Sinn,Ach, mijn bestemming
Wo willt du endlich hin,wat is jouw doel
Wo soll ich mich erquicken ?waar kan ik herstellen
Bleib ich hier,Blijf ik hier
Oder wünsch ich mirof wens ik mijzelf
Berg und Hügel auf den Rücken ?de lasten op mijn rug
Bei der Welt ist gar kein Rat,In deze aarde is geen gerecht
Und im Herzenen in het hart
Steh'n die Schmerzenblijft de pijn
Meiner Missetatvan mijn vergrijp
Weil der Knecht den Herrn verleugnet hat.omdat de knecht zijn leraar heeft verloochend.
 
14. Koor
Petrus, der nicht denkt zurück,Petrus die zich niet herinnert
seinen Gott verneinet,zijn God ontkent
der doch auf ein ernsten Blickdie echter bij de eerste blik
bitterlichen weinet.bitter weent
Jesu, blicke mich auch an,Jezus, kijk ook naar mij
wenn ich nicht will büßen;wanneer ik niet wil boeten
wenn ich Böses hab getan,wanneer ik kwaad heb begaan
rühre mein Gewissen !beroer dan mijn geweten !
 

© Mark Nauta
 
Auteursrecht:
Niets uit deze webpagina mag geheel of gedeeltelijk worden overgenomen, geplaatst worden op andere sites, openbaar worden gemaakt in enige vorm of op enige wijze, en/of commercieel gebruikt worden, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.
 
Deze webpagina is opzettelijk op diverse (opvallende en minder opvallende) details incorrect, om aldus van kopieen te kunnen onderscheiden.
 
De auteur is te bereiken via het contactformulier.

Tweede deel
 
Verhör und Geißelung
Johannes 18, 28-40; 19, 1
 
15. Koor
Christus, der uns selig macht,Christus, die ons zegent
kein Bös' hat begangen,die geen kwaad begaan heeft
der ward für uns in der Nachtdie voor ons in de nacht
als ein Dieb gefangen,als een dief gevangen genomen werd,
geführt für gottlose Leutvoorgeleid aan goddeloze lui
und fälschlich verklageten vals beschuldigd
verlacht, verhöhnt und verspeit,bespot, versmaad, en bespuugd
wie denn die Schrift saget.zoals door het schrift voorspeld.
 
16. Recitatief
Evangelist: Da führeten sie Jesum von Kaipha vor das Richthaus, und es war frühe. Und sie gingen nicht in das Richthaus, auf daß sie nicht unrein würden, sondern Ostern essen möchten.Toen voerden zij Jezus van Kajafas naar het rechthuis, en het was 's morgens vroeg. En zij gingen niet het rechthuis binnen, want dan zouden zij onrein worden; liever wilden zij het paasmaal gaan eten.
Da ging Pilatus zu ihnen heraus und sprach:Pilatus ging naar buiten om hen te vragen:
Pilatus: Was bringet ihr für Klage wider diesen Menschen ?Welke beschuldiging brengt u tegen deze persoon ?
Evangelist: Sie antworteten und sprachen zu ihm:En zij antwoordden:
Koor: Wäre dieser nicht ein Übeltäter, wir hätten dir ihn nicht überantwortet.Indien hij geen kwaad had gedaan, hadden we hem niet aan u overgeleverd.
Evangelist: Da sprach Pilatus zu ihnen:Toen zei Pilatus tegen hen:
Pilatus: So nehmet ihr ihn hin und richtet ihn nach eurem Gesetze !Neem hem dan weg van hier, en berecht hem volgens jullie eigen wet !
Evangelist: Da sprachen die Jüden zu ihm:De Joden zeiden tegen hem:
Koor: Wir dürfen niemand töten.Wij mogen niemand doden
Evangelist: Auf daß erfüllet würde das Wort Jesu, welches er sagte, da er deutete, welches Todes er sterben würde. Da ging Pilatus wieder hinein in das Richthaus und rief Jesu und sprach zu ihm:Zodat Jezus' woord vervuld werd, zeggende op welke wijze hij sterven zou. Daarop ging Pilatus het rechthuis binnen, en riep Jezus tot hem, en zei tegen hem:
Pilatus: Bist du der Jüden König ?Ben jij de koning van de Joden ?
Evangelist: Jesus antwortete:Jezus antwoordde:
Jezus: Redest du das von dir selbst, oder haben's dir andere von mir gesagt ?Zegt u dat zelf, of hebben anderen u dat verteld ?
Evangelist: Pilatus antwortete:Pilatus zei:
Pilatus: Bin ich ein Jüde ? Dein Volk und die Hohenpriester haben dich mir überantwortet; was hast du getan ?Ben ik een Jood ? Jouw volk en de hogepriesters hebben jou overgeleverd, wat heb jij misdaan ?
Evangelist: Jesus antwortete:Jezus zei:
Jezus: Mein Reich ist nicht von dieser Welt; wäre mein Reich von dieser Welt, meine Diener würden darob kämpfen, daß ich den Jüden nicht überantwortet würde; aber nun ist mein Reich nicht von dannen.Mijn koninkrijk is niet van deze wereld. Indien mijn koninkrijk van deze wereld zou zijn, zo zouden mijn dienaren gestreden hebben, zodat ik niet door de Joden zou zijn overgeleverd; maar nu is mijn koninkrijk niet van hier.
 
17. Koor
Ach großer König, groß zu allen Zeiten,Ach grote koning, groot te allen tijde
wie kann ich gnugsam diese Treu ausbreiten ?hoe kan ik mijn loyaliteit afdoende uitbreiden.
Keins Menschen Herze mag indes ausdenken,Niemands hart kan verzinnen
Was dir zu schenken.wat jou te schenken
Ich kann's mit meinen Sinnen nicht erreichen,Ik kan met mijn verstand niet bedenken
womit doch dein Erbarmen zu vergleichen.waarmee ik jouw genade kan vergelijken
Wie kann ich dir denn deine Liebestaten im Werk erstatten ?Hoe kan ik jouw liefdesdaden terug betalen ?
 
18. Recitatief
Evangelist: Da sprach Pilatus zu ihm:Pilatus zei tegen Jezus:
Pilatus: So bist du dennoch ein König ?Ben jij dan een koning ?
Evangelist: Jesus antwortete:Jezus antwoordde
Jezus: Du sagst's, ich bin ein König. Ich bin dazu geboren und in die Welt kommen, daß ich die Wahrheit zeugen soll. Wer aus der Wahrheit ist, der höret meine Stimme.Jij zegt het, dat ik een koning ben. Daarvoor ben ik geboren en hiertoe in de wereld gekomen, om de waarheid te getuigen. Een ieder, die de waarheid uitdraagt, hoort mijn stem.
Evangelist: Spricht Pilatus zu ihm:Pilatus zei:
Pilatus: Was ist Wahrheit ?Wat is waarheid ?
Evangelist: Und da er das gesaget, ging er wieder hinaus zu den Jüden und spricht zu ihnen:Dat gezegd hebbende, ging hij weer naar buiten en sprak tegen de Joden:
Pilatus: Ich finde keine Schuld an ihm. Ihr habt aber eine Gewohnheit, daß ich euch einen losgebe; wollt ihr nun, daß ich euch der Jüden König losgebe ?Ik heb geen vergrijp gevonden. Jullie hebben echter de gewoonte, dat ik bij Pasen iemand vrijlaat, willen jullie dat ik de koning van de Joden vrijlaat ?
Evangelist: Da schrieen sie wieder allesamt und sprachen:Zij riepen nogmaals:
Koor: Nicht diesen, sondern Barrabam !Niet deze persoon, maar Barabbas !
Evangelist: Barrabas aber war ein Mörder. Da nahm Pilatus Jesum und geißelte ihn.Barabbas was een moordenaar. Daarop nam Pilatus Jezus en geselde hem.
 
19. Arioso (Bas)
Betrachte, meine Seel, mit ängstlichem Vergnügen,Kijk naar mijn ziel, met angstig vermaak
mit bittrer Lust und halb beklemmten Herzen,met bitter plezier en half beklemd hart
dein höchstes Gut in Jesu Schmerzen,jouw hoogste goed in Jezus' leed,
wie dir aus Dornen, so ihn stechen,hoe van de doornen die hem prikken,
die Himmelsschlüsselblumen blühn;de hemelsleutelbloemen bloeien
du kannst viel süße Frucht von seiner Wermut brechen,je kan veel zoete vruchten van zijn bitterheid plukken
drum sieh ohn' Unterlaß auf ihn !dus blijf over hem waken !
 
20. Aria (Tenor)
Erwäge, wie sein blutgefärbter RückenOverweeg hoe zijn bloedgekleurde rug
in allen Stückenin alle aspecten
dem Himmel gleiche geht.overeenstemt met de hemel
Daran, nachdem die WasserwogenWaar, na de golven
von unsrer Sündflut sich verzogen,van onze zondvloed zich vervormd
der allerschönste Regenbogende prachtigste regenboog verschijnt
als Gottes Gnadenzeichen steht !als teken van God's genade !
 
Verurteilung und Kreuzigung
Johannes 19, 2-22
 
21. Recitatief
Und die Kriegsknechte flochten eine Krone von Dornen und satzten sie auf sein Haupt und legten ihm ein Purperkleid an und sprachen:En de soldaten vlochten een kroon van doornen, zetten die op zijn hoofd en deden hem een purperen kleed om, en zeiden:
Koor: Sei gegrüßet, lieber Jüdenkönig !Gegroet, koning der Joden!
Evangelist: Und gaben ihm Backenstreiche. Da ging Pilatus wieder heraus und sprach zu ihnen:En zij sloegen hem in het gezicht. En Pilatus kwam wederom naar buiten en zei tot hen:
Pilatus: Sehet, ich führe ihn heraus zu euch, daß ihr erkennet, daß ich keine Schuld an ihm finde.Zie, ik breng hem voor jullie naar buiten, zodat jullie weten, dat ik geen vergrijp heb gevonden.
Evangelist: Also ging Jesus heraus und trug eine Dornenkrone und Purperkleid. Und er sprach zu ihnen:Jezus kwam naar buiten, de doornenkroon en het purperen kleed dragend. En hij zei tot hen:
Pilatus: Sehet, welch ein Mensch !Zie, de mens !
Evangelist: Da ihn die Hohenpriester und die Diener sahen, schrieen sie und sprachen:Toen de overpriesters en hun dienaars hem zagen, schreeuwden zij:
Koor: Kreuzige, kreuzige !Kruisig hem, kruisig hem !
Evangelist: Pilatus sprach zu ihnen:Pilatus zei:
Pilatus: Nehmet ihr ihn hin und kreuziget ihn; denn ich finde keine Schuld an ihm !Neem hem mee en kruisig hem, want ik vind geen vergrijp.
Evangelist: Die Jüden antworteten ihm:De Joden antwoordden
Koor: Wir haben ein Gesetz, und nach dem Gesetz soll er sterben; denn er hat sich selbst zu Gottes Sohn gemacht.Wij hebben een wet en naar die wet moet hij sterven, want hij heeft verklaard Gods zoon te zijn.
Evangelist: Da Pilatus das Wort hörete, fürchtet' er sich noch mehr und ging wieder hinein in das Richthaus und spricht zu Jesu:Toen Pilatus dat hoorde, werd hij nog banger, en ging weer naar binnen, en zei tegen Jezus:
Pilatus: Von wannen bist du ?Waar kom jij vandaan ?
Evangelist: Aber Jesus gab ihm keine Antwort. Da sprach Pilatus zu ihm:Maar Jezus zweeg. Pilatus zei hem:
Pilatus: Redest du nicht mit mir ? Weißest du nicht, daß ich Macht habe, dich zu kreuzigen, und Macht habe, dich loszugeben ?Praat je niet met mij ? Weet je niet, dat ik bevoegd ben jou te kruisigen, dan wel los te laten ?
Evangelist: Jesus antwortete:Jezus zei:
Jezus: Du hättest keine Macht über mich, wenn sie dir nicht wäre von oben herab gegeben; darum, der mich dir überantwortet hat, der hat's größ're Sünde.Jij heb geen macht over mij, wanneer deze niet van boven gegevens is; daarom heeft diegene die mij overgeleverd heeft grotere zonden.
Evangelist: Von dem an trachtete Pilatus, wie er ihn losließe.Vanaf toen probeerde Piltus hem vrij te laten
 
22. Koor
Durch dein Gefängnis, Gottes Sohn, muß uns die Freiheit kommen;Door uw gevangenneming, moet voor ons de vrijheid komen
Dein Kerker ist der Gnadenthron, die Freistatt aller Frommen;Uw kerker is de genadetroon, de vrijplaats van alle gelovigen
Denn gingst du nicht die Knechtschaft ein,Want als jij de onderdrukking niet had ondergaan
müßt unsre Knechtschaft ewig sein.zou onze onderdrukking voor altijd zijn.
 
23. Recitatief
Die Jüden aber schrieen und sprachen:Maar de Joden schreeuwden en zeiden:
Koor: Lässest du diesen los, so bist du des Kaisers Freund nicht; denn wer sich zum Könige machet, der ist wider den Kaiser.Als jij deze vrij laat, ben jij geen vriend van de keizer; want iemand die zich koning verklaart, is tegen de keizer.
Evangelist: Da Pilatus das Wort hörete, führete er Jesum heraus, und satzte sich auf den Richtstuhl, an der Stätte, die da heißet: Hochpflaster, auf Ebräisch aber: Gabbatha. Es war aber der Rüsttag in Ostern um die sechste Stunde, und er spricht zu den Jüden:Toen Pilatus dit hoorde, voerde hij Jezus naar buiten, en ging op zijn rechterstoel zitten, op de plek die Lithostrotos heet, in het Hebreeuws Gabbatha. Het was voorbereiding voor het Pascha, rond het zesde uur, en hij zei tegen de Joden:
Pilatus: Sehet, das ist euer König !Kijk, dat is jullie Koning !
Evangelist: Sie schrieen aber:Zij schreeuwden:
Koor: Weg, weg mit dem, kreuzige ihn !Weg met hem, kruisig hem !
Evangelist: Spricht Pilatus zu ihnen:Pilatus zei hen:
Pilatus: Soll ich euren König kreuzigen ?Zal ik jullie koning kruisigen ?
Evangelist: Die Hohenpriester antworteten:De hogepriesters antwoordden:
Koor: Wir haben keinen König denn den Kaiser.Wij hebben geen koning, alleen een keizer !
Evangelist: Da überantwortete er ihn, daß er gekreuziget würde. Sie nahmen aber Jesum und führeten ihn hin. Und er trug sein Kreuz und ging hinaus zur Stätte, die da heißet Schädelstätt, welche heißet auf Ebräisch: Golgatha.Toen leverde hij hem aan hen uit, om gekruisigd te worden. Zij namen Jezus en voerden hem weg. En hij droeg zelf zijn kruis, ging naar een plaats genoemd Schedelplaats, in het Hebreeuws genaamd Golgotha.
 
24. Aria (Bas) met Koor
Eilt, ihr angefochtnen Seelen,Spoed u, beproefde zielen
geht aus euren Marterhöhlen,verlaat uw martelaarsholen
eilt - Wohin ? - nach Golgatha !spoed u - waarheen ? - naar Golgota
Nehmet an des Glaubens Flügel,vertrouw op uw geloof
flieht - Wohin ? - zum Kreuzeshügel,spoed u - waarheen ? - naar het kruis
eure Wohlfahrt blüht allda !uw welzijn bloeit daar
 
25. Recitatief
Evangelist: Allda kreuzigten sie ihn, und mit ihm zween andere zu beiden Seiten, Jesum aber mitten inne.Daar kruisigden zij hem, en met hem twee anderen, aan weerszijden een, en Jezus in het midden.
Pilatus aber schrieb eine Überschrift und satzte sie auf das Kreuz, und war geschrieben: "Jesus von Nazareth, der Jüden König".Pilatus liet ook een opschrift schrijven, en op het kruis plaatsen, met de tekst: "Jezus van Nazareth, de koning der Joden".
Diese Überschrift lasen viel Jüden, denn die Stätte war nahe bei der Stadt, da Jesus gekreuziget ist.Dit opschrift lazen vele Joden; want de plaats, waar Jezus gekruisigd werd, was dicht bij de stad.
Und es war geschrieben auf hebräische, griechische und lateinische Sprache. Da sprachen die Hohenpriester der Jüden zu Pilato:En het was geschreven in het Hebreeuws, in het Latijn en in het Grieks. De hogepriesters van de Joden zeiden tegen Pilatus:
Koor: Schreibe nicht: der Jüden König, sonder daß er gesaget habe: Ich bin der Jüden König.Schrijf niet: De koning der Joden, maar dat wat hij zelf gezegd heeft: ik ben de koning van de Joden.
Evangelist: Pilatus antwortet:Pilatus zei
Pilatus: Was ich geschrieben habe, das habe ich geschrieben.Pilatus: Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven.
 
26. Koor
In meines Herzens Grunde,In mijn hart
dein Nam und Kreuz alleinjouw naam en kruis alleen
funkelt all Zeit und Stunde,fonkelt te allen tijde
drauf kann ich frölich sein.daarom kan ik vrolijk zijn.
Erschein mir in dem BildeOpenbaar mij in een voorstelling
zu Trost in meiner Not,ter troost in mijn nood
wie du, Herr Christ, so mildehoe jij, Christus, zo zacht
dich hast geblut' zu Tod.jezelf hebt dood gebloed.
 
Tod Jesu
Johannes 19, 23-30
 
27. Recitatief
Die Kriegsknechte aber, da sie Jesum gekreuziget hatten, nahmen seine Kleider und machten vier Teile, einem jeglichen Kriegesknechte sein Teil, dazu auch den Rock. Der Rock aber war ungenähet, von oben an gewürket durch und durch. Da sprachen sie untereinander:Toen de soldaten Jezus gekruisigd hadden, namen zij zijn kleren en deelden deze in vieren, voor iedere soldaat één deel, en ook zijn onderkleed. Dit kleed was echter zonder naad, van boven tot onder geweven. Zij zeiden tegen elkaar:
Koor: Lasset uns den nicht zerteilen, sondern darum losen, wes er sein soll.Laten wij dit niet delen, maar erom loten, wie het krijgt
Auf daß erfüllet würde die Schrift, die da saget "Sie haben meine Kleider unter sich geteilet und haben über meinen Rock das Los geworfen". Solches taten die Kriegesknechte.Zodat het schrift vervuld werd: "Zij hebben mijn kleren onder elkaar verdeeld, en geloot om mijn onderkleed". Zoals de soldaten hebben gedaan.
Evangelist: Es stund aber bei dem Kreuze Jesu seine Mutter und seiner Mutter Schwester, Maria, Kleophas Weib, und Maria Magdalena. Da nun Jesus seine Mutter saha end den Jünger dabei stehen, den er Lieb hatte, spricht er zu seiner Mutter:En bij Jezus' kruis stonden zijn moeder en de zus van zijn moeder, Maria van Klopas en Maria van Magdalena. Toen Jezus zijn moeder en de leerlingen zag, die hij liefhad, zei hij tegen zijn moeder:
Jezus: Weib, siehe, das ist dein Sohn !Vrouw, zie, uw zoon.
Evangelist: Darnach spricht er zu dem Jünger:Daarna zei hij tegen de leerling:
Jezus: Siehe, das ist deine Mutter !Zie, uw moeder.
 
28. Koor
Er nahm alles wohl in acht in der letzten Stunde, seine Mutter noch bedacht, setzt ihr ein' Vormunde. O Mensch, mache Richtigkeit, Gott und Menschen liebe, stirb darauf ohn alles Leid, und dich nicht betrübe !Hij was alert tot in zijn laatste uur, hij dacht aan zijn moeder, en bezorgde haar een voogd. O Mens, regel alles goed, hou van God en mens, sterf dan zonder lijden, en ben niet bedroefd !
 
29. Recitatief
Evangelist: Und von Stund an nahm sie der Jünger zu sich. Darnach, als Jesus wußte, daß schon alles vollbracht war, daß die Schrift erfüllet würde, spricht er:En vanaf dat uur zorgde de leerling voor haar. Omdat Jezus wist, dat alles nu volbracht was, en het schrift vervuld zou worden, zei hij
Jezus: Mich dürstet !Ik heb dorst !
Evangelist: Da stund ein Gefäße voll Essigs. Sie fülleten aber einen Schwamm mit Essig und legten ihn um einen Isotopen, und hielten es ihm dar zum Munde. Da nun Jesus den Essig genommen hatte, sprach er:Er stond een kruik met zure wijn; zij staken een spons, gedompeld in de zure wijn, op een stok en hielden die bij zijn mond. Toen Jezus de zure wijn ingenomen had zei hij:
Jezus: Es ist vollbracht !Het is volbracht !
 
30. Aria (Alt)
Es ist vollbracht !Het is volbracht !
O Trost für die gekränkten Seelen !O troost voor de geplaagde zielen
Die Trauernacht
läßt nun die letzte Stunde zählen.
De nacht van rouw markeert het laatste uur
Der Held aus Juda siegt mit Macht
und schliesst den Kampf.
De held van Juda triomfeert met macht en beslist de strijd.
Es ist vollbracht !Het is volbracht !
 
31. Recitatief
Evangelist: Und neiget das Haupt und verschied.En boog het hoofd, en gaf de geest
 
32. Aria (Bas) met Koor
Mein teurer Heiland, laß dich fragen,Mijn dierbare Heiland, mag ik vragen
Jesu, der du warest tot,Jezus, die gestorven is
da du nunmehr ans Kreuz geschlagen, und selbst gesagt: Es ist vollbracht,daar aan het kruis genageld is, en zelf gezegd: het is volbracht,
lebest nun ohn Ende,leeft nu zonder einde
bin ich vom Sterben frei gemacht?ben ik vrijgesteld van sterven?
In der letzten Todesnot nirgend mich hinwende.In de laatste doodsangst nergens meer heen stuur
Kann ich durch deine Pein und Sterben das Himmelreich ererben ? Ist aller Welt Erlösung da ?Kan ik door jouw pijn en sterven de hemel erven ? Is er verlossing voor de wereld ?
Als zu dir, der mich versühnt, o, du lieber Herre !Als jij, die mij verzoent. Ach lieve heer !
Du kannst vor Schmerzen zwar nichts sagen;Jij kan over pijn inderdaad niets zeggen;
Gib mir nur, was du verdient,Geef mij slechts wat jij verdiend hebt
doch neigest du das Haupt, und sprichst stillschweigend: ja.en buigt het hoofd, en spreekt stilzwijgend: ja
mehr ich nicht begehre !meer kan ik niet verlangen !
 
Grablegung
Johannes 19: 31-42
 
33. Recitatief
Evangelist: Und siehe da, der Vorhang im Tempel zerriß in zwei Stück von oben an bis unten aus. Und die Erde erbebete, und die Felsen zerrissen, und die Gräber täten sich auf, und stunden auf viel Leiber der Heiligen.En zie daar, de gevel van de Tempel scheurde van boven naar beneden in tweeën. En de aarde beefde, de rotsen scheurden, de graven openden zich, en de lichamen van heiligen rezen.
 
34. Arioso (Tenor)
Mein Herz, in dem die ganze Welt bei Jesu Leiden gleichfalls leidet,Nu de wereld lijdt bij het lijden van Jezus,
die Sonne sich in Trauer kleidet,de zon in rouw gedompeld is,
der Vorhang reißt,
der Fels zerfällt,
die Erde bebt,
die Gräber spalten,
de gevel scheurt,
de rots scheurt,
de aarde beeft,
de graven zich openen,
weil sie den Schöpfer sehn erkalten,omdat ze de schepper koud zien worden,
was willt du deines Ortes tun ?wat wil jij, mijn hart, doen ?
 
35. Aria (Sopraan)
Zerfließe, mein Herze, in Fluten der Zähren dem Höchsten zu Ehren.Smelt uiteen, mijn hart, in een tranenstroom, om de hoogsten te eren
Erzähle der Welt und dem Himmel die Not: Dein Jesus ist tot !Vertel de wereld en de hemel het lot: jouw Jezus is dood !
 
36. Recitatief
Evangelist: Die Jüden aber, dieweil es der Rüsttag war, daß nicht die Leichname am Kreuze blieben den Sabbat über (denn desselbigen Sabbats Tag war sehr groß), baten sie Pilatum, daß ihre Beine gebrochen und sie abgenommen würden.Omdat het voorbereiding was, wilden de Joden niet dat de lichamen aan het kruis bleven, omdat de Sabbath plechtig is, verzochten zij Pilatus hun benen te breken, en hen van het kruis te halen.
Da kamen die Kriegsknechte und brachen dem ersten die Beine und dem andern, der mit ihm gekreuziget war.De soldaten braken als eerst de benen van de andere twee gekruisigden
Als sie aber zu Jesu kamen, da sie sahen, daß er schon gestorben war, brachen sie ihm die Beine nicht; sondern der Kriegsknechte einer eröffnete seine Seite mit einem Speer, und alsobald ging Blut und Wasser heraus.Toen zij bij Jezus kwamen, zagen zij dat hij reeds gestorven was, en braken zijn benen niet; daarentegen staken zij hem met een speer, waarop er bloed en water uit liep.
Und der das gesehen hat, der hat es bezeuget, und sein Zeugnis ist wahr, und derselbige weiß, daß er die Wahrheit saget, auf daß ihr gläubet.En degene die dat gezien had, heeft erover getuigd, en zijn getuigenis is waar, en hij weet dat hij de waarheid sprak, omdat jullie geloven.
Denn solches ist geschehen, auf daß die Schrift erfüllet würde: "Ihr sollet ihm kein Bein zerbrechen." Und abermal spricht eine andere Schrift: "Sie werden sehen, in welchen sie gestochen haben!"Want dit heeft plaats gevonden, zodat het schrift vervuld werd: 'zij zullen zijn benen niet breken'. En een ander schrift zegt: "Zij zullen zien, wie zij gestoken hebben !"
 
37. Koor
O hilf, Christe, Gottes Sohn,
durch dein bitter Leiden,
daß wir dir stets untertan
all Untugend meiden,
deinen Tod und sein Ursach
Fruchtbarlich bedenken,
dafür, wiewohl arm und schwach,
dir Dankopfer schenken.
O help, Christus, God's zoon,
door jouw lijden,
dat wij steeds onderdanig
alle kwaad mijden
jouw dood en diens oorzaak,
vruchtbaar herinneren,
daarvoor, hoewel arm en zwak,
jouw dankoffers schenken.
 
38. Recitatief
Evangelist: Darnach bat Pilatum Joseph von Arimathia, der ein Jünger Jesu war (doch heimlich, aus Furcht vor den Jüden), daß er möchte abnehmen den Leichnam Jesu. Und Pilatus erlaubete es.Toen vroeg Jozef van Arimathea, een aanhager van Jezus (maar heimelijk, uit vrees voor de Joden) aan Pilatus het lichaam van Jezus te mogen wegnemen; en Pilatus stond het toe.
Derowegen kam er und nahm den Leichnam Jesu herab.Hij kwam en nam zijn Jezus' lichaam van het kruis.
Es kam aber auch Nikodemus, der vormals bei der Nacht zu Jesu kommen war, und brachte Myrrhen und Aloen untereinander, bei hundert Pfunden.En ook kwam Nikodemus, die destijds 's nachts tot hem gekomen was, en hij bracht een mengsel mee van mirre en aloë, zo'n honderd pond.
Da nahmen sie den Leichnam Jesu, und bunden ihn in leinen Tücher mit Spezereien, wie die Jüden pflegen zu begraben.Zij namen Jezus' lichaam en wikkelden het in linnen doeken met de specerijen, zoals het bij de Joden gebruikelijk is te begraven.
Es war aber an der Stätte, da er gekreuziget ward, ein Garte, und im Garten ein neu Grab, in welches niemand je geleget war.En in de plaats, waar hij gekruisigd was, was een hof en in dat hof een nieuw graf, waarin nog niet iemand was gelegd.
Daselbst hin legten sie Jesum, um des Rüsttags willen der Jüden, dieweil das Grab nahe war.Daarin legden zijzelf Jezus, vanwege de voorbereiding van de Joden, en het graf dichtbij was.
 
39. Koor
Ruht wohl, ihr heiligen Gebeine,
die ich nun weiter nicht beweine,
ruht wohl und bringt auch mich zur Ruh !
Rust goed, heilig gebeente, waar ik niet meer over zal treuren, rust goed en breng mij ook tot rust.
Das Grab, so euch bestimmet ist
und ferner keine Not umschließt,
Macht mir den Himmel auf und schließt
die Hölle zu.
Het graf voor u bestemd,
bevat geen verder lijden,
maakt voor mij de hemel open, en sluit
de hel af.
 
40. Koor
Ach Herr, laß dein lieb Engelein
am letzten End die Seele mein
in Abrahams Schoß tragen,
den Leib in sein'm Schlafkämmerlein
gar sanft ohn einge Qual und Pein
Ruhn bis am jüngsten Tage !
Ach Heer, laat uw lieve engelen, na mijn laatste sterfuur, mijn ziel naar Abrahams schoot dragen, het lichaam in zijn slaapkamer heel zacht en zonder kwelling of pijn, rusten tot aan de laatste dag.
Alsdenn vom Tod erwecke mich,
daß meine Augen sehen dich
in aller Freud, o Gottes Sohn,
mein Heiland und Genadenthron !
Wek mij dan uit de dood,
zodat in alle blijdschap
mijn ogen u kunnen zien, o Gods' zoon, mijn verlosser en genadetroon !
Herr Jesu Christ, erhöre mich, erhöre mich
Ich will dich preisen ewiglich !
Heer Jezus Christus, luister naar wat ik zeg: ik zal u voor altijd prijzen !
 
 © Mark Nauta 2011, 2017
 ( contact
C
 
'Ecce Homo' van Antonio Ciseri
Ecce Homo ('Zie, de mens !')
(1871)
door Antonio Ciseri
Pilatus presenteert een gegeselde Jezus aan het volk van Jeruzalem