Johannes Passion
van J.S. Bach


BWV 245
Tekst en Nederlandse vertaling
nog 46 weken tot goede vrijdag
 
© Mark Nauta (mail contact)
 
afdruk exemplaar: A4 / A5 / A6
 
bezoekers (uniek):
vandaag 8 (5); gisteren 18 (16); week 97 (84)  details
 
lees ook de Matthäus Passion
 
 

Johannes Passion

J.S. Bach
 
BWV 245
 
 
 
 
 
tekst en Nederlandse vertaling
 
johannespassion.nadro.nl
 
©2011 Mark Nauta
 
 
 
 Eerste deel
  
 Verrat und Gefangennahme
Johannes 18, 1-14
 
1.Koor
Herr, unser Herrscher, dessen Ruhm in allen Landen herrlich ist !Heer, onze heerser, wiens lof in alle landen heerlijk is.
Zeig' uns durch deine Passion, daß du, der wahre Gottes Sohn, zu aller Zeit, auch in der größten Niedrigkeit, verherrlicht worden bist !Toon ons door uw lijden, dat jij, Gods echte zoon, te allen tijde, ondanks de grootst mogelijke bescheidenheit, verheerlijkt bent.
 
2.Recitatief
Evangelist: 1Jesus ging mit seine Jüngern über den Bach Kidron, da war ein Garten, darein ging Jesus und seinen Jünger.Jezus en zijn discipelen staken de beek Kedron over, waar een hof was, waar Jezus en zijn discipelen in gingen.
2Judas aber, der ihn verriet, wußte den Ort auch, denn Jesus versammlete sich oft daselbst mit seine Jüngern.Judas, echter, die hem verried, kende die plek, want Jezus had daar vaker ver­zameld met zijn discipelen.
3Da nun Judas zu sich hatte genommen die Schar und der Hohenpriester und Pharisäer Diener, kommt er dahin mit Fackeln, Lampen und mit Waffen.Toen Judas de soldaten, en de dienaren van de hoge­priesters en Farizeeën had ver­zameld, ging hij erheen met fakkels, lantaarns en wapens.
4Als nun Jesus wußte alles, was ihm begegnen sollte, ging er hinaus und sprach zu ihnen:Omdat Jezus al wist wat hem zou over­komen, ging hij naar buiten en vroeg aan hen:
Jesus: Wen suchet ihr ?Wie zoeken jullie ?
Evangelist: 5Sie antworteten ihm:Zij zeiden:
 
3.Koor
Jesum von Nazareth !Jezus van Nazareth !
 
4.Recitatief
Evangelist: Jesus spricht zu ihnen:Jezus zei tegen hen:
Jezus: Ich bin's.Dat ben ik.
Evangelist: Judas aber, der ihn verriet, stund auch bei ihnen.Judas, die hem verried, stond ook bij hen.
6Als nun Jesus zu ihnen sprach: "Ich bin's" wichen sie zurücke und fielen zu Boden.Toen Jezus tegen hen zei "Dat ben ik" weken zij terug en vielen op de grond.
7Da fragete er sie abermals:Toen vroeg hij nogmaals aan hen:
Jezus: Wen suchet ihr ?Wie zoeken jullie ?
Evangelist: Sie aber sprachen:Zij herhaalden:
 
5.Koor
Jesum von Nazareth !Jezus van Nazareth !
 
6.Recitatief
Evangelist: Jesus antwortete:Jezus reageerde:
Jezus: 8Ich hab's euch gesagt, daß ich's sei; suchet ihr denn mich, so lasset diese gehen !Ik heb jullie gezegd, dat ik dat ben; wan­neer jullie mij zoeken, laat de anderen dan gaan.
 
7.Koor
O große Lieb', o Lieb' ohn' alle Maße, die dich gebracht auf diese Marterstraße !O grote liefde, eindeloze liefde, die jou deze marteling bracht !
Ich lebte mit der Welt in Lust und Freuden,Ik leefde in een wereld met lust en vreugde,
und du mußt leiden !en jij moet lijden !
 
8.Recitatief
Evangelist: 9Auf daß das Wort erfüllet würde, welches er sagte: Ich habe der keine verloren, die du mir gegeben hast.Opdat het woord vervuld werd: niemand die u mij gegeven hebt, heb ik verloren.
10Da hatte Simon Petrus ein Schwert, und zog es aus, und schlug nach des Hohenpriesters Knecht und hieb ihn sein recht' Ohr ab; und der Knecht hieß Malchus.Petrus had een zwaard en trok deze tevoorschijn, en zwaaide deze naar een slaaf van de hoge­priester, en hieuw zijn rechter oor af; en de knecht heette Malchus.
11Da sprach Jesus zu Petro:Daarop zei Jezus tegen Petrus:
Jezus: Stecke dein Schwert in die Scheide !
Soll ich den Kelch nicht trinken, den mein Vater gegeben hat ?
Steek je zwaard terug in de schede !
Moet ik dan niet van de kelk drinken, die mijn vader mij gegeven heeft ?
 
9.Koor
Dein Will gescheh', Herr Gott, zugleich auf Erden wie im Himmelreich.Wat u wil zal gebeuren, God, zowel op aarde als in het hemelrijk
Gib uns Geduld in Leidenszeit, gehorsam sein in Lieb und Leid, wehr' und steur' allem Fleisch und Blut, das wider deinen Willen tut !Geef ons geduld in tijden van lijden, gehoorzaamheid in lief en leed, verweer en strijd alle vlees en bloed, alles wat in strijd is met uw wil !
 
10.Recitatief
Evangelist: 12Die Schar aber und der Oberhauptmann und die Diener der Juden nahmen Jesum und banden ihn undDe soldaten, de overste, en de dienaars van de Joden, namen Jezus en boeiden hem, en
13führeten ihn aufs erste zu Hannas, der war Caiphas Schwäher, welcher des Jahres Hoherpriester war.brachten hem eerst naar Annas, Kajafas' schoonvader, die destijds hoge­priester was.
14Es war aber Caiphas, der den Juden riet, es wäre gut, daß ein Mensch würde umbracht für das Volk.En het was Kajafas, die de Joden had aangeraden: het zou goed zijn dat er één iemand sterft ten behoeve van het volk.
 
11.Aria (Alt)
Von den Stricken meiner Sünden mich zu entbinden, wird mein Heil gebunden.Om los te komen van mijn zonden, wordt mijn verlosser geboeid.
Mich von allen Lasterbeulen völlig zu heilen, läßt er sich verwunden.Om mij van alle zondenbulten volledig te laten genezen, laat hij zich verwonden.
 
 Verleuchnung durch Petrus
Johannes 18, 15-27
 
12.Recitatief
Evangelist: 15Simon Petrus aber folgete Jesu nach und ein and'rer Jünger.Doch Petrus volgde Jezus, samen met een andere leerling.
 
13.Aria (Sopraan)
Ich folge dir gleichfalls mit freudigen SchrittenMet genoegen volg ik je in jouw voetspoor
und lasse dich nicht,en verlaat je niet
mein Leben, mein Licht.mijn leven, mijn licht.
Befördre den Lauf,Baan een weg
und höre nicht auf,en houd niet op
selbst an mir zu ziehen, zu schieben, zu bitten !mij te trekken, te duwen en te overreden.
 
14.Recitatief
Evangelist: Derselbige Jünger war dem Hohenpriester bekannt und ging mit Jesu hinein in des Hohenpriesters Palast.Deze andere leerling was bekend bij de hoge­priester en ging samen met Jezus het paleis binnen.
16Petrus aber stund draußen vor der Tür. Da ging der andere Jünger, der dem Hohenpriester bekannt war, hinaus und redete mit der Türhüterin und führete Petrum hinein.Petrus bleef echter buiten voor de poort. De andere leerling, die bekend was bij de hoge­priester, ging weer naar buiten en sprak met de poortwachteres, en liet Petrus binnen.
17Da sprach die Magd, die Türhüterin, zu Petro:Toen vroeg de maagd, de poortwachteres, aan Petrus:
Magd: Bist du nicht dieses Menschen Jünger einer ?Ben jij niet een van Jezus' leerlingen ?
Evangelist: Er sprach:Hij zei:
Petrus: Ich bin's nicht.Dat ben ik niet
Evangelist: 18Es stunden aber die Knechte und Diener und hatten ein Kohlfeu'r gemacht (denn es war kalt) und wärmeten sich.De knechten en dienaren hadden een vuurtje gemaakt (want het was koud) en warmden zich.
19Aber der Hohepriester fragte Jesum um seine Jünger und um seine Lehre.De hoge­priester ondervroeg Jezus over zijn leerlingen, en zijn geloofsleer.
20Jesus antwortete ihm:Jezus antwoordde hem:
Jezus: Ich habe frei, öffentlich geredet vor der Welt. Ich habe allezeit gelehret in der Schule und in dem Tempel, da alle Juden zusammenkommen, und habe nichts im Verborgnen geredt.Ik heb de wereld publiekelijk en vrijuit toegesproken. Ik heb altijd in de synagoge en in de tempel geleerd, waar alle leerlingen samenkwamen, en niets in heimelijk gesproken.
21Was fragest du mich darum ? Frage die darum, die gehöret haben, was ich zu ihnen geredet habe ! Siehe, dieselbigen wissen, was ich gesaget habe !Waarom vraagt u mij dan daarover ? Vraag aan diegene die gehoord hebben, wat ik hen verteld heb. Die weten wat ik verteld heb !
Evangelist: 22Als er aber solches redete, gab der Diener einer, die dabei stunden, Jesu einen Backenstreich und sprach:Toen hij op deze wijze sprak, gaf een van de dienaren, die daarbij stonden, hem een slag in het gezicht, en zei:
Diener: Solltes du dem Hohenpriester also antworten ?Moet jij de hoge­priester op deze wijze ant­woorden ?
Evangelist: 23Jesus aber antwortete:Jezus antwoordde:
Jezus: Hab ich übel geredt, so beweise es, dass es böse sei, hab ich aber recht geredt, was schlägest du mich ?Indien ik niet de waarheid heb verteld, bewijs dat dan; maar als ik juist gesproken heb, waarom sla je mij dan ?
 
15.Koor
Wer hat dich so geschlagen, mein heil, und dich mit Plagen so übel zugericht't ?Wie heeft jou zo geslagen, mijn verlosser, en jou met kwellingen slecht behandeld ?
Du bist ja nicht ein Sünder wie wir und unsre Kinder, von Missetaten weißt du nicht.Jij bent immers niet een zondaar, zoals wij en onze kinderen, van vergrijpen weet jij niets.
Ich, ich und meine Sünden, die sich wie Körnlein finden des Sandes an dem Meer,Ik, ik en mijn zonden, die net als zandkorrels overvloedig op het strand te vinden zijn,
die haben dir erreget' das Elend, das dich schläget, und das betrübte Marterheer.brachten de ellende die jou treft, en het bedroefde leger martelaars.
 
16.Recitatief
Evangelist: 24Und Hannas sandte ihn gebunden zu dem Hohenpriester Caiphas.Annas stuurde hem geboeid naar de hoge­priester Kajafas.
25Simon Petrus stund und wärmete sich, da sprachen sie zu ihm:Petrus stond zich daar te verwarmen, toen zij tegen hem zeiden:
 
17.Koor
Dienaren: Bist du nicht seiner Jünger einer ?Ben jij niet een van zijn leerlingen ?
 
18.Recitatief
Evangelist: Er leugnete aber und sprach:Hij loog echter door te zeggen:
Petrus: Ich bin's nicht.Dat ben ik niet
Evangelist: 26Spricht des Hohenpriesters Knecht' einer, ein Gefreund'ter dess, dem Petrus das Ohr abgehauen hatte:Eén van de bevriende knechten van de hoge­priester, van wie Petrus het oor af had gehouwen, sprak:
Malchus: Sahe ich dich nicht im Garten bei ihm ?Zag ik je niet in het hof bij hem ?
Evangelist: 27Da verleugnete Petrus abermal, und alsobald krähete der Hahn. Da gedachte Petrus an die Worte Jesu und ging hinaus und weinete bitterlich.Nochmaals verloochende Petrus, en terstond kraaide de haan. Toen herinnerde Petrus Jezus' woorden, vertrok en weende bitter.
 
19.Aria (Tenor)
Ach, mein Sinn,Ach, mijn bestemming
Wo willt du endlich hin,wat is jouw doel
Wo soll ich mich erquicken ?waar kan ik herstellen
Bleib ich hier,Blijf ik hier
Oder wünsch ich mirof wens ik mijzelf
Berg und Hügel auf den Rücken ?de lasten op mijn rug
Bei der Welt ist gar kein Rat,In deze aarde is geen gerecht
Und im Herzenen in het hart
Steh'n die Schmerzenblijft de pijn
Meiner Missetatvan mijn vergrijp
Weil der Knecht den Herrn verleugnet hat.omdat de knecht zijn leraar heeft verloochend.
 
20.Koor
Petrus, der nicht denkt zurück,Petrus die zich niet herinnert
seinen Gott verneinet,zijn God ontkent
der doch auf ein ernsten Blickdie echter bij de eerste blik
bitterlichen weinet.bitter weent
Jesu, blicke mich auch an,Jezus, kijk ook naar mij
wenn ich nicht will büßen;wan­neer ik niet wil boeten
wenn ich Böses hab getan,wan­neer ik kwaad heb begaan
rühre mein Gewissen !beroer dan mijn geweten !
 
 
   
00.© Mark Nauta
 
Auteursrecht:
Niets uit deze webpagina mag geheel of gedeeltelijk worden overgenomen, geplaatst worden op andere sites, openbaar worden gemaakt in enige vorm of op enige wijze, en/of commercieel gebruikt worden, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.
 
In de volgende gevallen is geen toesteming nodig:
• eenmalig een afdruk maken, voor persoonlijk gebruik
• in een eigen webpagina opnemen van een (hyper-)link naar deze pagina
• weergave van deze webpagina in een eigen webpagina met behulp van frame(s)
 
Deze webpagina is opzettelijk op diverse (opvallende en minder opvallende) details incorrect, om aldus van kopieen te kunnen onderscheiden.
 
De auteur is te bereiken via het contactformulier.
 
 Tweede deel
 
 Verhör und Geißelung
Johannes 18, 28-40; 19, 1
 
21.Koor
Christus, der uns selig macht,Christus, die ons zegent
kein Bös's hat begangen,die geen kwaad begaan heeft
der ward für uns in der Nachtdie voor ons in de nacht
als ein Dieb gefangen,als een dief gevangen genomen werd,
geführt vor gottlose Leut'voorgeleid aan goddeloze lui
und fälschlich verklageten vals beschuldigd
verlacht, verhöhnt und verspeit,bespot, versmaad, en bespuugd
wie denn die Schrift saget.zoals door het schrift voorspeld.
 
22.Recitatief
Evangelist: 28Da führeten sie Jesum von Caipha vor das Richthaus, und es war frühe. Und sie gingen nicht in das Richthaus, auf daß sie nicht unrein würden, sondern Ostern essen möchten.Toen voerden zij Jezus van Kajafas naar het rechthuis, en het was 's morgens vroeg. En zij gingen niet het rechthuis binnen, want dan zouden zij onrein worden; liever wilden zij het paasmaal gaan eten.
29Da ging Pilatus zu ihnen hinaus und sprach:Pilatus ging naar buiten om hen te vragen:
Pilatus: Was bringet ihr für Klage wider diesen Menschen ?Welke beschuldiging brengt u tegen deze persoon ?
Evangelist: 30Sie antworteten und sprachen zu ihm:En zij antwoordden:
 
23.Koor
Wäre dieser nicht ein Übeltäter, wir hätten dir ihn nicht überantwortet.Indien hij geen kwaad had gedaan, hadden we hem niet aan u overgeleverd.
 
24.Recitatief
Evangelist: 31Da sprach Pilatus zu ihnen:Toen zei Pilatus tegen hen:
Pilatus: So nehmet ihr ihn hin und richtet ihn nach eurem Gesetze !Neem hem dan weg van hier, en berecht hem volgens jullie eigen wet !
Evangelist: Da sprachen die Juden zu ihm:De Joden zeiden tegen hem:
 
25.Koor
Wir dürfen niemand töten.Wij mogen niemand doden
 
26.Recitatief
Evangelist: 32Auf daß erfüllet würde das Wort Jesu, welches er sagte, da er deutete, welches Todes er sterben würde.Zodat Jezus' woord vervuld werd, zeggende op welke wijze hij sterven zou.
33Da ging Pilatus wieder hinein in das Richthaus und rief Jesum und sprach zu ihm:Daarop ging Pilatus het rechthuis binnen, en riep Jezus tot hem, en zei tegen hem:
Pilatus: Bist du der Juden König ?Ben jij de koning van de Joden ?
Evangelist: Jesus antwortete:Jezus antwoordde:
Jezus: 34Redest du das von dir selbst, oder haben's dir andere von mir gesagt ?Zegt u dat zelf, of hebben anderen u dat verteld ?
Evangelist: Pilatus antwortete:Pilatus zei:
Pilatus: 35Bin ich ein Jude ? Dein Volk und die Hohenpriester haben dich mir überantwortet; was hast du getan ?Ben ik een Jood ? Jouw volk en de hoge­priesters hebben jou overgeleverd, wat heb jij misdaan ?
Evangelist: 36Jesus antwortete:Jezus zei:
Jezus: Mein Reich ist nicht von dieser Welt; wäre mein Reich von dieser Welt, meine Diener würden darob kämpfen, daß ich den Juden nicht überantwortet würde; aber nun ist mein Reich nicht von dannen.Mijn koninkrijk is niet van deze wereld. Indien mijn koninkrijk van deze wereld zou zijn, zo zouden mijn dienaren gestreden hebben, zodat ik niet door de Joden zou zijn overgeleverd; maar nu is mijn koninkrijk niet van hier.
 
27.Koor
Ach großer König, groß zu allen Zeiten,Ach grote koning, groot te allen tijde
wie kann ich gnugsam diese Treu' ausbreiten ?hoe kan ik mijn loyaliteit afdoende uitbreiden.
Keins Menschen Herze mag indes ausdenken,Niemands hart kan verzinnen
Ich kann's mit meinen Sinnen nicht erreichen,Ik kan met mijn verstand niet bedenken
womit doch dein Erbarmen zu vergleichen.waarmee ik jouw genade kan vergelijken
Wie kann ich dir denn deine Liebestaten im Werk erstatten ?Hoe kan ik jouw liefdesdaden terug betalen ?
 
28.Recitatief
Evangelist: Da sprach Pilatus zu ihm:Pilatus zei tegen Jezus:
Pilatus: 37So bist du dennoch ein König ?Ben jij dan een koning ?
Evangelist: Jesus antwortete:Jezus antwoordde
Jezus: Du sagst's, ich bin ein König. Ich bin dazu geboren und in die Welt kommen, daß ich die Wahrheit zeugen soll. Wer aus der Wahrheit ist, der höret meine Stimme.Jij zegt het, dat ik een koning ben. Daarvoor ben ik geboren en hiertoe in de wereld gekomen, om de waarheid te getuigen. Een ieder, die de waarheid uitdraagt, hoort mijn stem.
Evangelist: Spricht Pilatus zu ihm:Pilatus zei:
Pilatus: 38Was ist Wahrheit ?Wat is waarheid ?
Evangelist: Und da er das gesaget, ging er wieder hinaus zu den Juden und spricht zu ihnen:Dat gezegd hebbende, ging hij weer naar buiten en sprak tegen de Joden:
Pilatus: Ich finde keine Schuld an ihm.Ik heb geen vergrijp gevonden.
39Ihr habt aber eine Gewohnheit, daß ich euch einen losgebe; wollt ihr nun, daß ich euch der Juden König losgebe ?Jullie hebben echter de gewoonte, dat ik bij Pasen iemand vrijlaat, willen jullie dat ik de koning van de Joden vrijlaat ?
Evangelist: 40Da schrieen sie wieder allesamt und sprachen:Zij riepen nogmaals:
 
29.Koor
Nicht diesen, sondern Barrabam !Niet deze persoon, maar Barabbas !
 
30.Recitatief
Evangelist: Barrabas aber war ein Mörder.Barabbas was een moordenaar.
1Da nahm Pilatus Jesum und geißelte ihn.Daarop nam Pilatus Jezus en geselde hem.
 
31.Arioso (Bas)
Betrachte, meine Seel', mit ängstlichem Vergnügen,Kijk naar mijn ziel, met angstig vermaak
mit bittrer Lust und halb beklemmten Herzen,met bitter plezier en half beklemd hart
dein höchstes Gut in Jesu Schmerzen,jouw hoogste goed in Jezus' leed,
wie dir auf Dornen, so ihn stechen,hoe van de doornen die hem prikken,
die Himmelsschlüsselblumen blühn;de hemelsleutelbloemen bloeien
du kannst viel süße Frucht von seiner Wermut brechen,je kan veel zoete vruchten van zijn bitterheid plukken
drum sieh ohn' Unterlaß auf ihn !dus blijf over hem waken !
 
32.Aria (Tenor)
Erwäge, wie sein blutgefärbter RückenOverweeg hoe zijn bloedgekleurde rug
in allen Stückenin alle aspecten
dem Himmel gleiche geht.overeenstemt met de hemel
Daran, nachdem die WasserwogenWaar, na de golven
von unsrer Sündflut sich verzogen,van onze zondvloed zich vervormd
der allerschönste Regenbogende prachtigste regenboog verschijnt
als Gottes Gnadenzeichen steht !als teken van God's genade !
 
 Verurteilung und Kreuzigung
Johannes 19, 2-22
 
33.Recitatief
Evangelist: 2Und die Kriegsknechte flochten eine Krone von Dornen und satzten sie auf sein Haupt und legten ihm ein Purpurkleid an undEn de soldaten vlochten een kroon van doornen, zetten die op zijn hoofd en deden hem een purperen kleed om, en
3sprachen:zeiden:
 
34.Koor
Sei gegrüßet, lieber Judenkönig !Gegroet, koning der Joden!
 
35.Recitatief
Evangelist: Und gaben ihm Backenstreiche.En zij sloegen hem in het gezicht.
4Da ging Pilatus wieder heraus und sprach zu ihnen:En Pilatus kwam wederom naar buiten en zei tot hen:
Pilatus: Sehet, ich führe ihn heraus zu euch, daß ihr erkennet, daß ich keine Schuld an ihm finde.Zie, ik breng hem voor jullie naar buiten, zodat jullie weten, dat ik geen vergrijp heb gevonden.
Evangelist: 5Also ging Jesus heraus und trug eine Dornenkrone und Purpurkleid. Und er sprach zu ihnen:Jezus kwam naar buiten, de doornenkroon en het purperen kleed dragend. En hij zei tot hen:
Pilatus: Sehet, welch ein Mensch !Zie, de mens !
Evangelist: 6Da ihn die Hohenpriester und die Diener sahen, schrieen sie und sprachen:Toen de overpriesters en hun dienaars hem zagen, schreeuwden zij:
 
36.Koor
Kreuzige, kreuzige !Kruisig hem, kruisig hem !
 
37.Recitatief
Evangelist: Pilatus sprach zu ihnen:Pilatus zei:
Pilatus: Nehmet ihr ihn hin und kreuziget ihn; denn ich finde keine Schuld an ihm !Neem hem mee en kruisig hem, want ik vind geen vergrijp.
Evangelist: 7Die Juden antworteten ihm:De Joden antwoordden
 
38.Koor
Wir haben ein Gesetz, und nach dem Gesetz soll er sterben; denn er hat sich selbst zu Gottes Sohn gemacht.Wij hebben een wet en naar die wet moet hij sterven, want hij heeft verklaard Gods zoon te zijn.
 
39.Recitatief
Evangelist: 8Da Pilatus das Wort hörete, fürchtet' er sich noch mehr undToen Pilatus dat hoorde, werd hij nog banger, en
9ging wieder hinein in das Richthaus und sprach zu Jesu:ging weer naar binnen, en zei tegen Jezus:
Pilatus: Von wannen bist du ?Waar kom jij vandaan ?
Evangelist: Aber Jesus gab ihm keine Antwort. Da sprach Pilatus zu ihm:Maar Jezus zweeg. Pilatus zei hem:
Pilatus: 10Redest du nicht mit mir ? Weißest du nicht, daß ich Macht habe, dich zu kreuzigen, und Macht habe, dich loszugeben ?Praat je niet met mij ? Weet je niet, dat ik bevoegd ben jou te kruisigen, dan wel los te laten ?
Evangelist: Jesus antwortete:Jezus zei:
Jezus: 11Du hättest keine Macht über mich, wenn sie dir nicht wäre von oben herab gegeben; darum, der mich dir überantwortet hat, der hat's größ're Sünde.Jij heb geen macht over mij, wan­neer deze niet van boven gegevens is; daarom heeft diegene die mij overgeleverd heeft grotere zonden.
Evangelist: 12Von dem an trachtete Pilatus, wie er ihn losließe.Vanaf toen probeerde Piltus hem vrij te laten
 
40.Koor
Durch dein Gefängnis, Gottes Sohn, muß uns die Freiheit kommen;Door uw gevangenneming, moet voor ons de vrijheid komen
Dein Kerker ist der Gnadenthron, die Freistatt aller Frommen;Uw kerker is de genadetroon, de vrijplaats van alle gelovigen
Denn gingst du nicht die Knechtschaft ein,Want als jij de onderdrukking niet had ondergaan
müßt unsre Knechtschaft ewig sein.zou onze onderdrukking voor altijd zijn.
 
41.Recitatief
Evangelist: Die Juden aber schrieen und sprachen:Maar de Joden schreeuwden en zeiden:
 
42.Koor
Lässest du diesen los, so bist du des Kaisers Freund nicht; denn wer sich zum Könige machet, der ist wider den Kaiser.Als jij deze vrij laat, ben jij geen vriend van de keizer; want iemand die zich koning verklaart, is tegen de keizer.
 
43.Recitatief
Evangelist: 13Da Pilatus das Wort hörete, führete er Jesum heraus, und satzte sich auf den Richtstuhl, an der Stätte, die da heißet: Hochpflaster, auf Ebräisch aber: Gabbatha.Toen Pilatus dit hoorde, voerde hij Jezus naar buiten, en ging op zijn rechterstoel zitten, op de plek die Lithostrotos heet, in het Hebreeuws Gabbatha.
14Es war aber der Rüsttag in Ostern um die sechste Stunde, und er spricht zu den Juden:Het was voorbereiding voor het Pascha, rond het zesde uur, en hij zei tegen de Joden:
Pilatus: Sehet, das ist euer König !Kijk, dat is jullie Koning !
Evangelist: 15Sie schrieen aber:Zij schreeuwden:
 
44.Koor
Weg, weg mit dem, kreuzige ihn !Weg met hem, kruisig hem !
 
45.Recitatief
Evangelist: Spricht Pilatus zu ihnen:Pilatus zei hen:
Pilatus: Soll ich euren König kreuzigen ?Zal ik jullie koning kruisigen ?
Evangelist: Die Hohenpriester antworteten:De hoge­priesters antwoordden:
 
46.Koor
Wir haben keinen König denn den Kaiser.Wij hebben geen koning, alleen een keizer !
 
47.Recitatief
Evangelist: 16Da überantwortete er ihn, daß er gekreuziget würde. Sie nahmen aber Jesum und führeten ihn hin.Toen leverde hij hem aan hen uit, om gekruisigd te worden. Zij namen Jezus en voerden hem weg.
17Und er trug sein Kreuz und ging hinaus zur Stätte, die da heißet Schädelstätt', welche heißet auf Ebräisch: Golgatha.En hij droeg zelf zijn kruis, ging naar een plaats genoemd Schedelplaats, in het Hebreeuws genaamd Golgotha.
 
48.Aria (Bas) met Koor
Eilt, ihr angefochtnen Seelen,Spoed u, beproefde zielen
geht aus euren Marterhöhlen,verlaat uw martelaarsholen
eilt - Wohin ? - nach Golgatha !spoed u - waarheen ? - naar Golgota
Nehmet an des Glaubens Flügel,vertrouw op uw geloof
flieht - Wohin ? - zum Kreuzeshügel,spoed u - waarheen ? - naar het kruis
eure Wohlfahrt blüht allda !uw welzijn bloeit daar
 
49.Recitatief
Evangelist: 18Allda kreuzigten sie ihn, und mit ihm zween andere zu beiden Seiten, Jesum aber mitten inne.Daar kruisigden zij hem, en met hem twee anderen, aan weerszijden een, en Jezus in het midden.
19Pilatus aber schrieb eine Überschrift und satzte sie auf das Kreuz, und war geschrieben: "Jesus von Nazareth, der Juden König".Pilatus liet ook een opschrift schrijven, en op het kruis plaatsen, met de tekst: "Jezus van Nazareth, de koning der Joden".
Diese Überschrift lasen viel Juden, denn die Stätte war nahe bei der Stadt, da Jesus gekreuziget ist.Dit opschrift lazen vele Joden; want de plaats, waar Jezus gekruisigd werd, was dicht bij de stad.
20Und es war geschrieben auf ebräische, griechische und lateinische Sprache.En het was geschreven in het Hebreeuws, in het Latijn en in het Grieks.
21Da sprachen die Hohenpriester der Juden zu Pilato:De hoge­priesters van de Joden zeiden tegen Pilatus:
 
50.Koor
Schreibe nicht: der Juden König, sondern daß er gesaget habe: Ich bin der Juden König.Schrijf niet: 'De koning der Joden', maar dat wat hij zelf heeft gezegd: 'ik ben de koning van de Joden'.
 
51.Recitatief
Evangelist: Pilatus antwortet:Pilatus zei
Pilatus: 22Was ich geschrieben habe, das habe ich geschrieben.Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven.
 
52.Koor
In meines Herzens Grunde,In mijn hart
dein Nam' und Kreuz alleinjouw naam en kruis alleen
funkelt all Zeit und Stunde,fonkelt te allen tijde
drauf kann ich fröhlich sein.daarom kan ik vrolijk zijn.
Erschein mir in dem BildeOpenbaar mij in een voorstelling
zu Trost in meiner Not,ter troost in mijn nood
wie du, Herr Christ, so mildehoe jij, Christus, zo zacht
dich hast geblut' zu Tod.jezelf hebt dood gebloed.
 
 Tod Jesu
Johannes 19, 23-30
 
53.Recitatief
Evangelist: 23Die Kriegsknechte aber, da sie Jesum gekreuziget hatten, nahmen seine Kleider und machten vier Teile, einem jeglichen Kriegesknechte sein Teil, dazu auch den Rock. Der Rock aber war ungenähet, von oben an gewürket durch und durch.Toen de soldaten Jezus gekruisigd hadden, namen zij zijn kleren en deelden deze in vieren, voor iedere soldaat één deel, en ook zijn onderkleed. Dit kleed was echter zonder naad, van boven tot onder geweven.
24Da sprachen sie untereinander:Zij zeiden tegen elkaar:
 
54.Koor
Lasset uns den nicht zerteilen, sondern darum losen, wes er sein soll.Laten wij dit niet delen, maar erom loten, wie het krijgt
 
55.Recitatief
Auf daß erfüllet würde die Schrift, die da saget "Sie haben meine Kleider unter sich geteilet und haben über meinen Rock das Los geworfen". Solches taten die Kriegesknechte.Zodat het schrift vervuld werd: "Zij hebben mijn kleren onder elkaar verdeeld, en geloot om mijn onderkleed". Zoals de soldaten hebben gedaan.
Evangelist: 25Es stund aber bei dem Kreuze Jesu seine Mutter und seiner Mutter Schwester, Maria, Cleophas Weib, und Maria Magdalena.En bij Jezus' kruis stonden zijn moeder en de zus van zijn moeder, Maria van Klopas en Maria van Magdalena.
26Da nun Jesus seine Mutter sahe und den Jünger dabei stehen, den er Lieb hatte, spricht er zu seiner Mutter:Toen Jezus zijn moeder en de leerlingen zag, die hij liefhad, zei hij tegen zijn moeder:
Jezus: Weib, siehe, das ist dein Sohn !Vrouw, zie, uw zoon.
Evangelist: 27Darnach spricht er zu dem Jünger:Daarna zei hij tegen de leerling:
Jezus: Siehe, das ist deine Mutter !Zie, uw moeder.
 
56.Koor
Er nahm alles wohl in acht in der letzten Stunde, seine Mutter noch bedacht, setzt ihr ein' Vormunde. O Mensch, mache Richtigkeit, Gott und Menschen liebe, stirb darauf ohn' alles Leid, und dich nicht betrübe !Hij was alert tot in zijn laatste uur, hij dacht aan zijn moeder, en bezorgde haar een voogd. O Mens, regel alles goed, hou van God en mens, sterf dan zonder lijden, en ben niet bedroefd !
 
57.Recitatief
Evangelist: Und von Stund' an nahm sie der Jünger zu sich.En vanaf dat uur zorgde de leerling voor haar.
28Darnach, als Jesus wußte, daß schon alles vollbracht war, daß die Schrift erfüllet würde, spricht er:Omdat Jezus wist, dat alles nu volbracht was, en het schrift vervuld zou worden, zei hij
Jezus: Mich dürstet !Ik heb dorst !
Evangelist: 29Da stund ein Gefäße voll Essigs. Sie fülleten aber einen Schwamm mit Essig und legten ihn um einen Isopen, und hielten es ihm dar zum Munde.Er stond een kruik met zure wijn; zij staken een spons, gedompeld in de zure wijn, op een stok en hielden die bij zijn mond.
30Da nun Jesus den Essig genommen hatte, sprach er:Toen Jezus de zure wijn ingenomen had zei hij:
Jezus: Es ist vollbracht !Het is volbracht !
 
58.Aria (Alt)
Es ist vollbracht !Het is volbracht !
O Trost für die gekränkten Seelen !O troost voor de geplaagde zielen
Die Trauernacht
läßt nun die letzte Stunde zählen.
De nacht van rouw markeert het laatste uur
Der Held aus Juda siegt mit Macht
und schließt den Kampf.
De held van Juda triomfeert met macht en beslist de strijd.
Es ist vollbracht !Het is volbracht !
 
59.Recitatief
Evangelist: Und neiget das Haupt und verschied.En boog het hoofd, en gaf de geest
 
60.Aria (Bas) met Koor
Mein teurer Heiland, laß dich fragen,Mijn dierbare Heiland, mag ik vragen
Jesu, der du warest tot,Jezus, die gestorven is
da du nunmehr ans Kreuz geschlagen, und selbst gesagt: Es ist vollbracht,daar aan het kruis genageld is, en zelf gezegd: het is volbracht,
lebest nun ohn Ende,leeft nu zonder einde
bin ich vom Sterben frei gemacht?ben ik vrijgesteld van sterven?
In der letzten Todesnot nirgend mich hinwende.In de laatste doodsangst nergens meer heen stuur
Kann ich durch deine Pein und Sterben das Himmelreich ererben ? Ist aller Welt Erlösung da ?Kan ik door jouw pijn en sterven de hemel erven ? Is er verlossing voor de wereld ?
Als zu dir, der mich versühnt, o, du lieber Herre !Als jij, die mij verzoent. Ach lieve heer !
Du kannst vor Schmerzen zwar nichts sagen;Jij kan over pijn inderdaad niets zeggen;
Gib mir nur, was du verdient,Geef mij slechts wat jij verdiend hebt
doch neigest du das Haupt, und sprichst stillschweigend: ja.en buigt het hoofd, en spreekt stilzwijgend: ja
mehr ich nicht begehre !meer kan ik niet verlangen !
 
 Grablegung
Johannes 19: 31-42
 
61.Recitatief
Evangelist: Und siehe da, der Vorhang im Tempel zerriß in zwei Stück von oben an bis unten aus. Und die Erde erbebete, und die Felsen zerrissen, und die Gräber täten sich auf, und stunden auf viel Leiber der Heiligen.En zie daar, de gevel van de Tempel scheurde van boven naar beneden in tweeën. En de aarde beefde, de rotsen scheurden, de graven openden zich, en de lichamen van heiligen rezen.
 
62.Arioso (Tenor)
Mein Herz, in dem die ganze Welt bei Jesu Leiden gleichfalls leidet,Nu de wereld lijdt bij het lijden van Jezus,
die Sonne sich in Trauer kleidet,de zon in rouw gedompeld is,
der Vorhang reißt,
der Fels zerfällt,
die Erde bebt,
die Gräber spalten,
de gevel scheurt,
de rots scheurt,
de aarde beeft,
de graven zich openen,
weil sie den Schöpfer sehn erkalten,omdat ze de schepper koud zien worden,
was willt du deines Ortes tun ?wat wil jij, mijn hart, doen ?
 
63.Aria (Sopraan)
Zerfließe, mein Herze, in Fluten der Zähren dem Höchsten zu Ehren.Smelt uiteen, mijn hart, in een tranenstroom, om de hoogsten te eren
Erzähle der Welt und dem Himmel die Not: Dein Jesus ist tot !Vertel de wereld en de hemel het lot: jouw Jezus is dood !
 
64.Recitatief
Evangelist: 31Die Juden aber, dieweil es der Rüsttag war, daß nicht die Leichname am Kreuze blieben den Sabbat über (denn desselbigen Sabaths Tag war sehr groß), baten sie Pilatum, daß ihre Beine gebrochen und sie abgenommen würden.Omdat het voorbereiding was, wilden de Joden niet dat de lichamen aan het kruis bleven, omdat de Sabbath plechtig is, verzochten zij Pilatus hun benen te breken, en hen van het kruis te halen.
32Da kamen die Kriegsknechte und brachen dem ersten die Beine und dem andern, der mit ihm gekreuziget war.De soldaten braken als eerst de benen van de andere twee gekruisigden
33Als sie aber zu Jesu kamen, da sie sahen, daß er schon gestorben war, brachen sie ihm die Beine nicht;Toen zij bij Jezus kwamen, zagen zij dat hij reeds gestorven was, en braken zijn benen niet;
34sondern der Kriegsknechte einer eröffnete seine Seite mit einem Speer, und alsobald ging Blut und Wasser heraus.daarentegen staken zij hem met een speer, waarop er bloed en water uit liep.
35Und der das gesehen hat, der hat es bezeuget, und sein Zeugnis ist wahr, und derselbige weiß, daß er die Wahrheit saget, auf daß ihr gläubet.En degene die dat gezien had, heeft erover getuigd, en zijn getuigenis is waar, en hij weet dat hij de waarheid sprak, opdat jullie geloven.
36Denn solches ist geschehen, auf daß die Schrift erfüllet würde: "Ihr sollet ihm kein Bein zerbrechen."Want dit heeft plaats gevonden, zodat het schrift vervuld werd: 'zij zullen zijn benen niet breken'.
37Und abermal spricht eine andere Schrift: "Sie werden sehen, in welchen sie gestochen haben!"En een ander schrift zegt: "Zij zullen zien, wie zij gestoken hebben !"
 
65.Koor
O hilf, Christe, Gottes Sohn,
durch dein bitter Leiden,
daß wir dir stets untertan
all Untugend meiden,
deinen Tod und sein Ursach
Fruchtbarlich bedenken,
dafür, wiewohl arm und schwach,
dir Dankopfer schenken.
O help, Christus, God's zoon,
door jouw lijden,
dat wij steeds onderdanig
alle kwaad mijden
jouw dood en diens oorzaak,
vruchtbaar herinneren,
daarvoor, hoewel arm en zwak,
jouw dankoffers schenken.
 
66.Recitatief
Evangelist: 38Darnach bat Pilatum Joseph von Arimathia, der ein Jünger Jesu war (doch heimlich, aus Furcht vor den Juden), daß er möchte abnehmen den Leichnam Jesu. Und Pilatus erlaubete es.Toen vroeg Jozef van Arimathea, een aanhager van Jezus (maar heimelijk, uit vrees voor de Joden) aan Pilatus het lichaam van Jezus te mogen wegnemen; en Pilatus stond het toe.
Derowegen kam er und nahm den Leichnam Jesu herab.Hij kwam en nam zijn Jezus' lichaam van het kruis.
39Es kam aber auch Nicodemus, der vormals bei der Nacht zu Jesu kommen war, und brachte Myrrhen und Aloen untereinander, bei hundert Pfunden.En ook kwam Nikodemus, die destijds 's nachts tot hem gekomen was, en hij bracht een mengsel mee van mirre en aloë, zo'n honderd pond.
40Da nahmen sie den Leichnam Jesu, und bunden ihn in leinen Tücher mit Spezereien, wie die Juden pflegen zu begraben.Zij namen Jezus' lichaam en wikkelden het in linnen doeken met de specerijen, zoals het bij de Joden gebruikelijk is te begraven.
41Es war aber an der Stätte, da er gekreuziget ward, ein Garte, und im Garten ein neu Grab, in welches niemand je gelegen war.En in de plaats, waar hij gekruisigd was, was een hof en in dat hof een nieuw graf, waarin nog niet iemand was gelegd.
42Daselbst hin legten sie Jesum, um des Rüsttags willen der Juden, dieweil das Grab nahe war.Daarin legden zijzelf Jezus, vanwege de voorbereiding van de Joden, en het graf dichtbij was.
 
67.Koor
Ruht wohl, ihr heiligen Gebeine,
die ich nun weiter nicht beweine,
ruht wohl und bringt auch mich zur Ruh !
Rust goed, heilig gebeente, waar ik niet meer over zal treuren, rust goed en breng mij ook tot rust.
Das Grab, so euch bestimmet ist
und ferner keine Not umschließt,
Macht mir den Himmel auf und schließt
die Hölle zu.
Het graf voor u bestemd,
bevat geen verder lijden,
maakt voor mij de hemel open, en sluit
de hel af.
 
68.Koor
Ach Herr, laß dein lieb Engelein
am letzten End die Seele mein
in Abrahams Schoß tragen,
den Leib in sein'm Schlafkämmerlein
gar sanft ohn' ein'ge Qual und Pein
Ruhn bis am jüngsten Tage !
Ach Heer, laat uw lieve engelen, na mijn laatste sterfuur, mijn ziel naar Abrahams schoot dragen, het lichaam in zijn slaapkamer heel zacht en zonder kwelling of pijn, rusten tot aan de laatste dag.
Alsdenn vom Tod erwecke mich,
daß meine Augen sehen dich
in aller Freud, o Gottes Sohn,
mein Heiland und Genadenthron !
Wek mij dan uit de dood,
zodat in alle blijdschap
mijn ogen u kunnen zien, o Gods' zoon, mijn verlosser en genadetroon !
Herr Jesu Christ, erhöre mich, erhöre mich
Ich will dich preisen ewiglich !
Heer Jezus Christus, luister naar wat ik zeg: ik zal u voor altijd prijzen !
 
  © Mark Nauta 2011, 2017
  (mail contact)
 
'Ecce Homo' van Antonio Ciseri
Ecce Homo ('Zie, de mens !')
(1871)
door Antonio Ciseri
Pilatus presenteert een gegeselde Jezus aan het volk van Jeruzalem